← Insights

Aqualectra-verbruik is nog geen bewijs van belastbare vakantieverhuur

6 September 2026

# Aqualectra-verbruik is nog geen bewijs van belastbare vakantieverhuur

*Geschreven door: mr. Shulaika Beatrix Delsol — 6 september 2026*

Op Facebook en Curaçao.nu wordt de indruk gewekt dat definitief vaststaat dat de Curaçaose fiscus het water- en elektriciteitsverbruik van woningen mag gebruiken om vakantieverhuur en de daarover verschuldigde omzetbelasting vast te stellen.

Die voorstelling is juridisch te absoluut en onvolledig.

De publicaties op Facebook en Curaçao.nu zijn verschenen nadat het Gerecht in Eerste Aanleg in Belastingzaken van Curaçao op 1 september 2026 uitspraak heeft gedaan in de zaak met nummers CUR202504297 tot en met CUR202504302, waartegen hoger beroep kan worden ingesteld. Bovendien moet onderscheid worden gemaakt tussen: de bevoegdheid om gegevens bij Aqualectra op te vragen en de bewijswaarde die vervolgens aan die gegevens wordt toegekend.

Water- en elektriciteitsverbruik kan erop wijzen dat een woning is gebruikt. Het bewijst echter niet:

1. wie de woning heeft gebruikt; 2. of sprake was van eigen gebruik, familiebezoek, onderhoud of verhuur; 3. of voor het verblijf een vergoeding is betaald; 4. hoeveel verhuurdagen er waren; en 5. welke huurprijs daadwerkelijk is ontvangen.

Zo verbruikt het dripsysteem voor de bewatering van de tuin water van Aqualectra zonder dat een huurder aanwezig is. Ook de zwembadpomp, de tuinverlichting en de koelkast verbruiken water of elektriciteit, ongeacht of de villa op dat moment wordt verhuurd.

Ook voor het ondernemerschap in de omzetbelastingsfeer is méér vereist. Artikel 1a van de Landsverordening op de omzetbelasting bepaalt dat een vermogensbestanddeel moet worden geëxploiteerd om daaruit *duurzaam opbrengst* te verkrijgen.

"Duurzaam" is een zelfstandige wettelijke voorwaarde. Het enkele aanbieden van een villa op websites of het registreren van nutsverbruik bewijst nog niet dat per villa en per belastingtijdvak sprake is van een bestendige, tegen vergoeding verrichte exploitatie.

## De controleur beschikte niet over een schriftelijk mandaat

Het Gerecht heeft vastgesteld dat ten tijde van het boekenonderzoek geen schriftelijk mandaat aanwezig is. Artikel 2a, derde lid, ALL schrijft echter uitdrukkelijk voor dat mandaat schriftelijk moet worden verleend. Desondanks heeft het Gerecht aan dit bevoegdheidsgebrek geen gevolgen verbonden, omdat de cliënt volgens het Gerecht geen nadeel zou daardoor hebben ondervonden. Dit oordeel van het Gerecht is moeilijk te volgen. Immers, het niet reageren op het informatieverzoek dat door de onbevoegde controleur zou zijn verzonden is immers juist gebruikt om de bewijslast om te keren en te verzwaren. Vervolgens zijn de naheffingsaanslagen met toepassing van diezelfde verzwaarde bewijslast gehandhaafd. Van het ontbreken van nadeel kan daarom niet zonder nadere motivering worden gesproken.

## Inmenging in het privéleven onvoldoende gerechtvaardigd

Het Gerecht heeft tevens vastgesteld dat het opvragen en gebruiken van de persoonlijke water- en elektriciteitsgegevens een inmenging vormt in het door artikel 8 EVRM beschermde privéleven (er is dus strijd met art 8 EVRM geconstateerd). Een dergelijke inmenging is niet automatisch rechtmatig doordat de belastingwet een bevoegdheid tot informatievergaring bevat. Artikel 8 EVRM verlangt daarnaast dat de inmenging in het concrete geval noodzakelijk en proportioneel is en met voldoende waarborgen is omgeven.

Het Gerecht heeft naar onze mening onvoldoende gemotiveerd waarom (het in het algemeen belang van de bevolking van Curaçao is dat de fiscus het verbruik van water en electra van mensen moet weten) het opvragen van gedetailleerde verbruiksgegevens noodzakelijk is, waarom niet met minder ingrijpende controlemiddelen kon worden volstaan, welke gegevens en perioden precies nodig waren en waarom de inmenging evenredig is aan het fiscale doel. Dat klemt te meer omdat de gegevens zijn opgevraagd in het kader van een onderzoek waarvoor geen ten tijde van de controle bestaand schriftelijk mandaat is aangetoond.

De publicaties op Facebook en Curaçao.nu vermelden bovendien niet dat ook de omkering en verzwaring van de bewijslast in deze zaak wordt betwist. Daarbij spelen wezenlijke vragen over:

- de gevolgen van het handelen van de controleur zonder schriftelijk mandaat; - de verzending en ontvangst van de vragenbrieven; en - de proportionaliteit van de omkering van de bewijslast (zware bewijsrechtelijke sanctie).

De werkelijke juridische vraag is daarom niet simpelweg of de fiscus Aqualectra-gegevens 'mag gebruiken'. Beoordeeld moet worden of de controleur van de SBAB rechtsgeldig bevoegd was, of de inmenging in het privéleven noodzakelijk en proportioneel was, welke bewijswaarde de verbruiksgegevens werkelijk hebben, of duurzame betaalde verhuur is bewezen en of de daarop gebaseerde omzetschatting redelijk is.

Een krantenkop is geen rechtsregel. Een bevoegdheidsgebrek verdwijnt niet door te stellen dat geen nadeel is geleden. Een inmenging in het privéleven is niet rechtmatig zonder een concrete toetsing aan artikel 8 EVRM. En een uitspraak in eerste aanleg is niet noodzakelijk het laatste woord.

*Alle rechten voorbehouden.*